|
Het lichaam bestaat voor ongeveer 60% uit water; het hoofdbestanddeel van bloed en ander lichaamsvocht. Het is een transportmiddel voor voedingsstoffen en afvalstoffen, maar zorgt ook voor de temperatuurregulatie van het lichaam. Voor goede sportprestaties moet de vochtbalans zowel voor, tijdens, als na het sporten in evenwicht worden gehouden.
Bij flinke inspanning verlies je minimaal 1 liter vocht per uur. Er kan maximaal 1 grote bidon (700-800 ml) per uur opgenomen worden, dus gaande weg droog je bij langdurende inspanningen van meerdere uren onherroepelijk uit. Drinken doe je om dit uitdrogen zoveel mogelijk te vertragen. Heb je de dag(en) tevoren al weinig gedronken dan begin je al met een vochttekort!
Wordt het vochttekort onvoldoende aangevuld, dan zal dit onherroepelijk leiden tot prestatievermindering of erger. Vochtverlies van 2 procent van het lichaamsgewicht (dit is 1,4 liter bij iemand van 70 kg) vermindert het duurvermogen en 4 procent verlies (2,8 liter bij 70 kg) vermindert de krachtprestatie. Het verlies in prestatievermogen kan zo oplopen tot 20 procent. Het beklimmen van een helling is dan niet meer zo makkelijk.
Met het vochtverlies treedt een fors verlies van mineralen en sporenelementen op. Het is dus belangrijk dat er geen 'lege' dranken (limonades, cola, e.d.), die alleen suikers bevatten, worden gedronken. Maar denk aan dranken die de maag goed passeren, goed in de darm worden opgenomen en die zorgen voor voldoende toevoer van vocht en mineralen. Hieraan kunnen dan nog koolhydraten worden toegevoegd. Let op, indien er teveel koolhydraten in de drank zitten, kan dit de maagpassage weer problematischer maken.
De duur van de inspanning is bepalend voor de hoeveelheid die je moet drinken. Drinken tijdens kortdurende inspanningen (minder dan een uur), is minder belangrijk dan drinken tijdens langdurige inspanningen. Probeer na korte, inspannende wedstrijden, of trainingen vooral binnen twee uur na afloop het vochtverlies aan te vullen.
Let op: op de juiste momenten drinken en voldoende drinken moet geleerd worden!
De onderstaande adviezen met betrekking tot het drinken tijdens wielrennen kunnen je daarbij helpen.
- Drink altijd voldoende, zodat de urine helder is, anders begin je al “uitgedroogd”.
- Drink vlak voor de start nog 500ml als de inspanning ongeveer 3-4 uur of langer gaat duren.
- Drink vlak van te voren weinig als je direct flink aan de bak moet, anders heb je namelijk een klotsbuik.
- Drink afhankelijk van intensiteit, temperatuur en luchtvochtigheid één bidon (à 700 ml) per uur.
- Het is beter enkele flinke teugen tegelijk (200 ml) te drinken dan steeds kleine slokjes.
- Bij koud weer is drinken minder nodig. Doe het toch om drinken tot een gewoonte te maken. Het lichaam heeft altijd vocht nodig tijdens inspanning.
- Vul binnen 2 uur na de wedstrijd/training vocht (en koolhydraten) aan.
- Leer ook tijdens trainingen drinken. Als je tijdens een wedstrijd/training een dorstgevoel krijgt, is het feitelijk al te laat.
Let op: energiedranken zijn geen dorstlessers; water en isotone dranken wel.
Consument en Veiligheid heeft bij de samenstelling van deze inhoud samengewerkt met een aantal sportbonden en partners. Klik hier voor een overzicht van de sportbonden en partners.
|