


|
Zadel Aangezien wielrenners vaak vele uren op de fiets zitten, dient het zadel zodanig te steunen dat geen beschadigingen van het zitvlak optreden. In principe vormen de zitknobbels de belangrijkste draagpunten. Dit betekent dat het zadel hard moet zijn om ervoor te zorgen dat de zitknobbels niet te diep wegzinken en het kruis wordt afgekneld. Omdat bij vrouwen de zitknobbels verder uiteen staan en de bekkenkanteling anders is, is een goed dameszadel breder en korter. De keuze van een goed zadel kan veel problemen voorkomen. Ook een goede zadel- en stuurafstelling is nodig om vervelende blessures te voorkomen. Daarbij is zowel hoogte als afstand (zadel-stuur) belangrijk. Een te hoge zadelstand resulteert in een kracht die de knieschijf lateraal (= naar buiten) verplaatst. In de strekkingfase van de knie wordt de knieschijf lateraal weggedrukt wat op den duur pijn geeft aan de buitenkant van de knieschijf. Dit verschijnsel wordt nog versterkt door de beenstand. Een te lage zadelstand heeft tot gevolg dat het been te veel gebogen is met als consequentie dat er een overbelasting plaatsvindt in het gebied van knieschijf en bovenbeen. Een zadel dat te ver naar voren (steile zitbuishoek) is geplaatst, heeft eveneens tot gevolg dat het been te veel gebogen is. Nek- en schouderklachten treden op als de afstand van zadel naar stuur te kort is en/of het hoogteverschil tussen deze twee te groot is. De fietser rijdt dan met een kattenrug en het kost extra inspanning om zijn blik naar voren gericht te houden. Wanneer de afstand van zadel naar stuur te lang en de zit te gerekt is, kan dat ook schouder- en nekklachten oproepen als gevolg van de toenemende spierspanning in de nekextensoren. Consument en Veiligheid heeft bij de samenstelling van deze inhoud samengewerkt met een aantal sportbonden en partners. Klik hier voor een overzicht van de sportbonden en partners. |
