
|
Conditietraing De lichamelijke conditie is in feite slechts een middel om de voetbalbedoelingen mogelijk te maken. Aanvallen, verdedigen en de omschakelmomenten vereisen van jou namelijk ook veel loopacties zonder bal. Bij aanvallen gaat het er om dat je speelruimte maakt, vrij loopt en jezelf aanbiedt voor combinatiespel. Bij verdedigen gaat het er om dat je de linies kunt sluiten, het speelveld kleiner kunt maken, vrijlopende tegenstanders dekt en mee kunt doen aan positiedekking. Het is belangrijk dat de voetbalconditie getraind wordt met voetbalspecifieke oefenstof. Dit wil echter niet zeggen dat je bij oefenvormen voortdurend met een bal actief bent. De totale looparbeid is opgebouwd uit verschillende componenten zoals wandelen, joggen, rennen, sprinten, zijwaarts bewegen, achterwaarts wandelen, achterwaarts joggen, bewegen in balbezit (dribbelen of drijven met de bal). De verhouding tussen deze componenten verschilt per speelpositie en speelstijl.
Voor de opbouw van de conditie is het belangrijk dat alle oefenvormen een logische samenhang kennen in een training, gedurende een trainingsweek, in de voorbereiding op de competitie, in de eerste competitiehelft, in de winterstop en in de tweede competitiehelft. Dit proces van zorgvuldig op elkaar afstemmen van de oefenstof in een duidelijk trainingsplan met duidelijke trainingsdoelstellingen heet periodisering. Als speler sta je hier misschien niet echt bij stil, maar voor een trainer is dit erg belangrijk. Voor het opbouwen van de conditie worden verschillende conditionele bouwstenen onderscheiden: 1) uithoudingsvermogen Gezien de tijdsduur van een voetbalwedstrijd speelt het uithoudingsvermogen een belangrijke rol in het voetbal. Zonder een goed uithoudingsvermogen kun je niet de gewenste arbeid leveren, ook al ben je nog zo goed. Een goed uithoudingsvermogen betekent bovendien dat je een sneller herstelt na zware inspanningen. Bij voetbal gaat het vooral om de volgende onderdelen van het uithoudingsvermogen: a) a-cyclische aerobe uithoudingsvermogen b) a-cyclische anaerobe uithoudingsvermogen a) Training van het a-cyclische aerobe uithoudingsvermogen In dit geval train je de zuurstofopname en het transportsysteem, dus je hart, longen, bloedsomloop en spierstelsel. Afhankelijk van de keuze van intensiteit en omvang van de training van deze vorm van uithoudingsvermogen spreek je van extensieve duurtraining, intensieve duurtraining, extensieve intervaltraining. Er is hier sprake van een opklimmende intensiteit van de duurbelasting met hartslagen van 140-160/min. (extensieve duurtraining), 160-180/min. (intensieve duurtraining) en 170-180/min. (extensieve intervaltraining). Een goede getraindheid van de verschillende componenten van het a-cyclische aerobe uithoudingsvermogen leidt tot een goed herstelvermogen en goede herstelcapaciteit. b) Training van het a-cyclische anaerobe uithoudingsvermogen Bij de kort durende trainingsvorm (10-15 sec. op 100% intensiteit) put je het fosfaatsysteem (belangrijk bij sprintarbeid) uit. Je lichaam wordt getraind op een vergroting van de capaciteit en een sneller herstel van het fosfaatsysteem. Bij de langer durende trainingsvorm (45-60 sec. op 100% intensiteit) train je het melkzuursysteem. Dit is zware uitputtende arbeid met veel melkzuurproductie. Je lichaam moet leren hoge melkzuurspiegels te verdragen en melkzuur sneller weer af te breken. Consument en Veiligheid heeft bij de samenstelling van deze inhoud samengewerkt met een aantal sportbonden en partners. Klik hier voor een overzicht van de sportbonden en partners. |
