Warming-up en cooling-down


Spieren, pezen en de bloedsomloop ervaren een ‘koude start’ eigenlijk hetzelfde als de motor van een auto. Een goede warming up zorgt ervoor dat de bewegingsmogelijkheden, de lenigheid en de belastbaarheid worden vergroot, waardoor er minder kans op blessures bestaat. Zonder opwarmen beginnen is haast vragen om blessures. Draai daarom voorafgaand aan het schaatsen altijd warm. Een goed opgebouwde warming up bij schaatsen bestaat uit rustig 5 tot 10 minuten inlopen gevolgd door een schaatsspecifieke warming up op het ijs, waarbij je aanvankelijk rustig wat ronden schaats, gevolgd door enkele versnellingen. In totaal moet je voor een warming up zo’n 15 tot 20 minuten uittrekken.

Tegenover opwarmen (warming up) staat afkoelen (cooling down).
Na afloop van het schaatsen moeten de spieren afvalstoffen en warmte kwijt, waardoor er een beter herstel mogelijk is. Dit voorkomt onder andere spierpijn. Daarom is het belangrijk om rustig zo’n 5 minuten uit te schaatsen, waardoor je lichaam de kans krijgt om tot rust te komen en afvalstoffen af te voeren. Ook een lauwe douche en een massage van de zwaarst belaste spieren kunnen een onderdeel vormen van de cooling down. Op deze manier heb je er alles aan gedaan om de kans op blessures te verminderen.


Consument en Veiligheid heeft bij de samenstelling van deze inhoud samengewerkt met een aantal sportbonden en partners. Klik hier voor een overzicht van de sportbonden en partners.