Stuur


Het klassieke wielrenstuur – met de beugel is welbekend. Het biedt de mogelijkheid de handen in verschillende posities te plaatsen. Indien je snel moet kunnen reageren (bijvoorbeeld in stadsverkeer) is het aan te raden om de handen in de beugel (ook wel kromming of bocht genoemd) te plaatsen. Het meest ontspannen fietsen is boven op de remgrepen leunend. Hierdoor heb je een combinatie tussen voorover en rechtop zitten, heb je een goed overzicht en kun je toch nog redelijk snel bij je remmen komen. Wanneer je zittend aan het klimmen bent is het handig om rechtop te zitten, met de handen op het horizontale gedeelte van je stuur, om zo meer lucht te kunnen inademen. Bij staand klimmen kun je beter de handen op remgrepen zetten, zodat je door te trekken aan het stuur meer kracht kunt leveren op de pedalen. Sprinters daarentegen zitten juist diep onder in de beugel om aerodynamisch gunstiger te kunnen koersen en snel te kunnen reageren.

Belangrijk is in ieder geval dat het stuur voldoende breed is om de beweging van de borstkas bij het ademhalen niet te belemmeren. De laatste jaren hebben de triatlonsturen sterk aan populariteit gewonnen. Hierbij worden de ellebogen gesteund en de handen samengehouden om de luchtweerstand te verminderen, voornamelijk tijdens tijdritten. Ook wordt vaak een opzetstuurtje gemonteerd op de klassieke beugel om tijdens ontsnappingen aerodynamischer te zijn. Echter deze opzetstuurtjes zijn in de officiële wegwedstrijden verboden voor de veiligheid van de renners. Het kost namelijk meer tijd om bij de remgrepen te komen.


Consument en Veiligheid heeft bij de samenstelling van deze inhoud samengewerkt met een aantal sportbonden en partners. Klik hier voor een overzicht van de sportbonden en partners.